verzorging - zaaien - vermeerderen
kruiden kweken
Op elke zonnige plek kunnen kruiden worden gekweekt, zelfs op een vensterbank. De belangrijkste geneeskrachtige en keukenkruiden zijn gemakkelijk te kweken. Sommige, zoals munt, breiden zich zo sterk uit, dat ze in een pot in bedwang moeten worden gehouden.
De voorschriften zijn eenvoudig: maak de juiste aarde klaar en koop goede zaden in een goede winkel. Bestel de zaden op de Latijnse naam, omdat van vele planten, zoals salie en tijm, ook siervarianten bestaan, zodat verwarring mogelijk is.
Alle varianten zijn min of meer bruikbaar, maar de beste planten voor medicinaal gebruik dragen de soortnaam officinale of officinalis.
Zaden voor tuingebruik, zoals venkel of selderij, zijn vaak bespoten en mogen nooit medicinaal worden gebruikt. Het is leuk en interessant om planten te zien groeien, ze met de seizoenen te zien veranderen en hun bloeitijd te zien naderen. Gezonde zelfgekweekte kruiden kunnen uitstekende huismiddelen worden.
Sommige planten zijn giftig en moeten buiten bereik van kleine kinderen blijven. Kinderen zien niet goed het verschil tussen schadelijke en onschadelijke planten, vooral wanneer ze wel eens bramen hebben geplukt en weten hoe lekker die zijn. Vermijd planten met giftige vruchtjes, zoals gouden regen (Laburnum anagyroides), taxus (Taxus baccata), lelietje-van-dalen (Convallaria majalis), buxus (Buxus sempervirens) en hulst (Ilex aquifolium).
verzorging van kruiden
Tuinkruiden zijn gemakkelijk te kweken. Veel ervan zijn vaste planten, die zich sterk vermeerderen. Met een kruidentuin, eventueel afgezet door haagjes van buxus of lavendel, creëert u een heel speciaal plekje in uw tuin. Een plekje dat de aandacht blijft trekken met zijn subtiele bloementjes en heerlijke geuren. Deze tips helpen u op weg.
het planten
Als u één plantensoort in een pot zet, krijgt hij genoeg ruimte om te groeien. Voor grote soorten zoals laurier, salie en citroenverbena, is het belangrijk dat ze geen pot hoeven te delen als u ze enkele jaren wilt behouden. De pot moet groot genoeg zodat de wortels kunnen groeien. Een pot met gemengde kruiden zier er altijd leuk uit, alhoewel hij uiteindelijk toch te krap zal worden voor de wortels. Kruiden die gemengd staan, zult u jaarlijks moeten verpotten.
Kruiden gedijen in grond waarin het water kan weglopen. Gebruik een mengsel van compost zonder aarde en compost op leembasis of siertuincompost (verhouding 3:1) Voor heerserachtige kruiden zoals, laurier, salie, rozemarijn doet u er nog wat kiezels bij ter bevordering van het afvloeien. Gebruik geen tuinaarde, omdat daar onvoldoende voeding in zit en het de groei van onkruid en ziekten kan stimuleren.
kruiden in potten
Ook als u een balkon of terras heeft, kunt u een kruidentuintje aanleggen. Zet een paar potten of bakken in een groepje en zorg voor een mooie compositie van verschillende bossige, hoogopgroeiende en hangende kruiden. Kruiden in potten moet u vaker water geven, ook de soorten die in de volle grond met een droog milieu genoegen nemen.
Tip: in een bak, die u buiten uw keukenraam hangt, kunt u de meest gebruikte, kleinblijvende keukenkruiden kweken, zoals peterselie, bieslook, tijm en basilicum.
het onderhoud
Na vier weken en daarna tijdens het groeiseizoen moet u extra meststof toevoegen. Organische plantenvoeding op basis van zeewier heeft de voorkeur, maar langzaam werkende meststofkorrels, toegevoegd tijdens het uitplanten, besparen u tijd. Planten in een pot moeten tijdens de groei regelmatig water krijgen. U kunt ze het beste eerst uit laten drogen om ze daarna goed nat te maken in plaats van ze kleine beetjes water te geven.
Ruim de kruidentuin elk jaar op om te voorkomen dat de sterk groeiende soorten de overhand krijgen. Woekerende kruiden als bijvoorbeeld munt, citroenmelisse of lievevrouwebedstro kunt u in een ingegraven pot of in een bak planten om de wortels in toom te houden. Zorg wel voor afvoergaten in de bodem. Snoei dode of lelijke scheuten vlak boven de grond af en knip ook al te hard groeiende houtige takken terug. Plant eens in de drie à vier jaar alle kruiden opnieuw aan met jonge plantjes.
vermeerderen
stekken
Houtachtige tuinkruiden, bijvoorbeeld lavendel, kunt u vermeerderen door zogenaamde hielstekjes. Scheur jonge zijscheuten van de oudertak af waarbij er een dun plakje van de tak meekomt. Snijd de punt van dit ’hieltje’ af, doop het stekje in een groeimiddel en plant het in een bak. Veel tuinkruiden kunt u ook in het vroege voorjaar eenvoudig uitgraven en scheuren.Het stekken van planten is een van de vegetatieve vermeerderingswijzen van planten.
In principe kunnen alle plantendelen hiervoor gebruikt worden. Tussen plantensoorten zijn er verschillen in welke plantendelen het best hiervoor gebruikt kunnen worden. Om een betere beworteling te krijgen wordt vaak gebruikgemaakt van een stekpoeder, waarin één of meer groeistoffen zitten. Soms lukt het stekken alleen als de luchtvochtigheid hoog is. Er wordt dan onder verneveling gestekt.
Stekleveranciers knippen hun stek van moerplanten, dit zijn grote planten met veel goede eigenschappen. Van één moerplant wordt ongeveer 3 maanden gesnoeid.
scheutstek
Een stengeltop wordt in de grond gestoken. Vooral bij houtige gewassen is het belangrijk dat de stek in het juiste groeistadium genomen wordt. Bijvoorbeeld het al of niet verhout zijn of het voldoende uitgerijpt zijn van de scheut is dan belangrijk. Een ander woord voor scheutstek is stengeltop
stengel- of takstek
Een deel van de stengel of tak wordt in de grond gestoken. Bij takstek, meestal houtstek genoemd, is het belangrijk dat de stek goed uitgerijpt is. Er moet op gelet worden dat de stengel of tak niet ondersteboven in de grond gestoken wordt. Een oogstek is een stengelstek met slechts één oog.
Er bestaan bedrijven die zich uitsluitend bezighouden met het leveren van dit type ongewortelde stekken. Deze worden door deze bedrijven van hun moederplanten geknipt en direct op transport naar de klant gezet.
bladstek
Een blad wordt met de bladvoet in de grond gestoken of plat op de grond gelegd. Soms wordt het blad in stukjes gesneden en deze stukjes worden dan op de grond gelegd.
wortelstek
Een deel van de wortel wordt in de grond gelegd. Dan moet je de grond goed vochtig houden (sproeien help het beste om de grond vochtig te houden).
afleggen
Hierbij wordt een stengel of tak naar de grond gebogen en wordt op een deel ervan grond gelegd. Soms kan de plant of struik ook aangeaard worden, waarna aan de basis van de stengels of takken beworteling plaatsvindt.
Marcotteren (Ook wel Japans- of luchtafleggen genoemd)
De stengel wordt verwond en om de wond wordt een plastic zakje met vochtig gemaakt veenmos (Sphagnum) gebonden. Totdat er wortels gevormd zijn moet het mos vochtig gehouden worden. Soms wordt bij het afleggen ook een wond gemaakt om de wortelvorming te bevorderen.
het oogsten en drogen van kruiden
Planten verwelken vlug en hoe sneller ze na het plukken worden bereid, hoe beter het is.
bladeren
Pluk bladeren op een droge dag. Wilt u alleen jonge bladeren (van bijvoorbeeld brandnetels) dan kunt u die het best in het voorjaar plukken, als de plant nog vol energie is of in de nazomer, wanneer hij een tweede groeischeut heeft. Pluk bij het verzamelen van bladeren en stengels (hartgespan, klis, zuring) vlak voor de plant in bloei komt. Bladeren waarvan het aroma van belang is (rozemarijn, salie, citroenmelisse) kunt u het best rond bet middaguur plukken, wanneer ze de meeste olie bevatten. Hang ze in losse bundels te drogen op een warme, droge plaats. Bladeren voor kompressen, zoals smeerwortel en weegbree, kunnen vers geplukt worden als ze nodig zijn, op ieder tijdstip en onder alle weersomstandigheden.
bloemen
Pluk bloemen 's ochtends, wanneer de dauw van de bloemen weg is maar de planten nog niet zijn uitgedroogd door de zon. Hang ze in losse bundels te drogen of leg ze op een doek of blanco papier. Gebruik geen bedrukt papier, de inkt kan het kruid aantasten. Bloemen zijn teer, vermijd daarom direct zonlicht en te warme plaatsen.
Pluk zaden in de late namiddag of vroege avond, wanneer de plant zo droog mogelijk is. Pluk de hele stengel en bindt een papieren zak over de zaadlobben en hang de plant ondersteboven tot hij helemaal droog is. De zaden kunnen dan gemakkelijk worden losgeschud en onderin de zak worden verzameld.
wortels
Met het oog op het milieu dient u alleen wortels uit uw eigen tuin plukken, niet uit het wild. Wortels zijn het sterkst in het najaar. Ze bevatten dan de wintervoorraad van de plant. De wortels van sommige overblijvende planten (zoals de alant) kunnen worden geoogst terwijl de plant wordt gedeeld, terwijl andere (zoals de paardebloem, die één lange wortel heeft) opnieuw moeten worden ingezaaid. Graaf om te oogsten voorzichtig de hele wortel uit en schud de losse aarde eraf. U kunt vervolgens de wortel voorzichtig onder koud stromend water wassen en droogslaan, maar dit is niet altijd nodig. Droog hem op een goed geventileerde warme plaats. Draai de wortel elke dag om. Verwijder, als hij helemaal droog is, alle restjes aarde met een kwast. Schil de wortel niet, omdat daarbij belangrijke stoffen verloren gaan. Snijd om dezelfde reden de wortel pas vlak voor het gebruik.
bast
Bast laat zich redelijk goed afschillen en moet verzameld worden van jonge takken of stammen, met name bomen die al zijn omgehakt. Bomen kunnen afsterven wanneer er te veel bast vanaf gehaald wordt, met name rondom de stam.
Bast moet misschien gewassen worden om insecten en mos te verwijderen, daarna laten uitdrogen op een droge, warme, luchtige, donkere plaats.
bronnen:
kwekerij Bastin (www.bastin.nl)
![]()
natuurlijkerwijs (www.natuurlijkerwijs.com)
(www.groen.net)